Eerder schreef ik hoe Big Tech een onmisbare infrastructuur werd, hoe algoritmes onze blik op de wereld sturen en hoe onze data en gedeelde kennis worden ingezet als brandstof voor AI-modellen. De vraag die dan onvermijdelijk volgt is: wat nu?
Het antwoord ligt wat mij betreft niet in nostalgie, noch in technologische afkeer. Het ligt ook niet in de illusie dat we Big Tech simpelweg kunnen reguleren tot gehoorzame spelers. Als Europa grip wil krijgen op zijn digitale toekomst, zal het zelf verantwoordelijkheid moeten nemen.
Reguleren zonder alternatief is symbolisch
Europa is goed in reguleren. Wetgeving als de AVG, DMA en DSA laat zien dat publieke waarden serieus worden genomen. Maar regulering alleen is onvoldoende. Boetes opleggen aan Big Tech is vaak niet meer dan symboliek. Voor multinationals met miljardenwinsten zijn boetes een ingecalculeerd bedrijfsrisico.
Zonder werkbare alternatieven verandert regulering weinig aan de machtsverhoudingen. Wie geen keuze heeft, blijft namelijk afhankelijk — hoe streng de regels ook zijn.
Maak ruimte voor Europese alternatieven
Digitale soevereiniteit vraagt om meer dan alleen toezicht; het vraagt om opbouw. Europa zal actief moeten investeren in eigen digitale infrastructuur. Niet om Amerikaanse bedrijven te kopiëren, maar vooralom andere waarden centraal te stellen.
Dat betekent: subsidies en publieke investeringen voor platforms die:
- op Europees grondgebied draaien
- onder Europees recht vallen
- privacy en transparantie als uitgangspunt hebben
Niet alles hoeft winstgevend te zijn. Ook wegen, spoor en energie zijn ooit als publieke voorzieningen opgezet. Digitale infrastructuur verdient wat mij betreft dezelfde benadering.
Data van burgers hoort niet buiten Europa
Een concreet en noodzakelijk uitgangspunt is dat overheden geen diensten afnemen buiten Europa wanneer het gaat om data van burgers. Toch zien we het tegenovergestelde gebeuren. Een digitale kernvoorziening als DigiD, dreigt in Amerikaans handen te komen. Verder blijven overheden en andere publieke dienstverleners nog steeds overstappen naar de Amerikaanse cloud. Dit blijft zorgelijk!
Wanneer systemen die onze identiteit, zorg of bestaanszekerheid raken onder buitenlands recht vallen, geven we soevereiniteit uit handen. Dat is geen technisch detail, maar een politieke keuze — en een risicovolle.
Minder gemak, meer autonomie
Een eerlijk verhaal vraagt ook iets van ons als gebruikers. Europese alternatieven zullen in het begin vaak minder gepolijst zijn. Minder functies. Minder naadloze integratie. Minder verslavend.
Maar daar staat wel iets tegenover: autonomie. Zeggenschap. Het besef dat je geen product bent, maar een gebruiker van een dienst die jou dient — niet andersom. Maar daarnaast is transparantie over hoe je omgaat met data ook van belang: ga dus niet aan de haal met data van gebruikers.
Digitale vrijheid vraagt offers, net zoals politieke vrijheid dat ooit deed.
Open source als fundament
Open source speelt hierin een cruciale rol. Niet als wondermiddel, maar als fundament. Open source maakt controleerbaar wat er gebeurt, voorkomt afhankelijkheid van één leverancier en maakt samenwerking mogelijk over grenzen heen.
Veel van de technologie waar Big Tech op draait, is zelf gebouwd op open source. Het is tijd om die logica terug te claimen — niet voor winstmaximalisatie, maar voor publieke waarde.
Begin klein, maar begin wél
Het grootste risico is dat we alles in één keer willen oplossen. Dat werkt verlammend. Digitale soevereiniteit vraagt geen revolutie, maar consistente stappen:
- eerst e-mail
- dan opslag
- dan identiteit
- dan AI-toepassingen
Elke stap die onder publieke controle komt, verkleint de afhankelijkheid. Beetje bij beetje herwinnen we zo het terrein. We hoeven dus geen sprintje te trekken, inzetten op een marathon is in principe goed genoeg. Zolang er maar een gedegen plan ligt om de overstap te maken.
Van winstmaximalisatie naar dienstverlening
Het kernverschil tussen Big Tech en een Europees alternatief zit niet in technologie, maar vooral in doelstelling. Waar Big Tech draait om gebruikers vast te houden ten behoeve van winstmaximalisatie en aandeelhouderswaarde, zou Europese digitale infrastructuur moeten draaien om dienstverlening.
Privacy moet geen bijzaak zijn. Gebruikers mogen geen melkkoe worden. Groei mag nooit ten koste gaan van autonomie.
Stop met vechten, begin met bouwen
Misschien wel de belangrijkste conclusie is deze: Europa moet stoppen met proberen grip te krijgen op bedrijven waar het uiteindelijk geen zeggenschap over heeft. De echte macht ligt niet in boetes of brieven, maar in het bieden van goede alternatieven. Wie een beter systeem bouwt, hoeft minder te bevechten.
Digitale soevereiniteit is echt geen terugkeer naar het verleden, maar juist een investering in de toekomst. Niet ontstaan uit angst, maar gemaakt uit verantwoordelijkheid.


